Burenrecht: bomen en een scheidsmuur op de erfgrens

Wat zijn de rechten en plichten van buren, wanneer sprake is van bomen en een scheidsmuur op de erfgrens van hun percelen? Deze vraag stond centraal in een zaak die mr. M.J.M.H. (Marieke) Nass onlangs heeft gevoerd en namens haar cliënte (eiseres) heeft gewonnen.

Verwijdering bomen

In navolging van het betoog van mr. M.J.M.H. (Marieke) Nass oordeelde de rechtbank dat het enkele feit dat bomen op de erfgrens staan, strijd oplevert met art. 5:42 BW. De vordering tot verwijdering van de bomen is dan ook door de rechtbank toegewezen, nu niet was gebleken dat het recht om verwijdering te vorderen door eiseres werd misbruikt.

Oprichting nieuwe scheidsmuur

De scheidsmuur tussen de percelen van partijen was in dermate slechte staat dat volgens de rechtbank, conform het betoog van mr. M.J.M.H. (Marieke) Nass, vernieuwing noodzakelijk was. De vordering tot medewerking van de gedaagde partij tot het oprichten van een nieuwe scheidsmuur is dan ook door de rechtbank toegewezen.

Benieuwd naar de gehele gepubliceerde uitspraak? Lees hier de uitspraak.

Cryptovaluta en de inkeerregeling

Heeft u cryptovermogen, zoals Bitcoin, Litecoin, Ethereum en Ripple, niet aangegeven in uw aangifte inkomstenbelasting? Maak gebruik van de inkeerregeling!

De populariteit van cryptovaluta is de laatste jaren aanzienlijk gestegen. Door de aard van cryptovaluta, de hevige koersschommelingen alsmede de beperkte mogelijkheden tot toezicht van de Belastingdienst, nemen belastingplichtigen hun cryptovalutabezit vaak – bewust of onbewust – niet op in hun aangifte inkomstenbelasting. Dit is echter wel verplicht.

De Europese samenwerkingsrichtlijn ten behoeve van gegevensuitwisseling, de zogenoemde DAC (Directive on Administrative Cooperation), wordt zodanig aangepast dat op Europees niveau naast bankgegevens ook gegevens over cryptovalutabezit kunnen worden uitgewisseld. De controlemogelijkheden voor de Belastingdienst worden daarmee uitgebreid.

Bezit u cryptovaluta of handelt u veelvuldig of zelfs bedrijfsmatig in cryptovaluta en heeft u deze cryptovaluta niet in uw aangifte inkomstenbelasting vermeld? De Nederlandse belastingwetgeving biedt de mogelijkheid om alsnog in te keren en hoge boetes en strafvervolging te voorkomen.

Inkeren houdt niet alleen in dat een juiste belastingaangifte moet worden gedaan, maar ook dat een aanzienlijke hoeveelheid aanvullende informatie aangeleverd dient te worden, waardoor de inkeerprocedure oftewel vrijwillige verbetering doorgaans complex en gecompliceerd is.

Vraagt u zich af of inkeren voor u de beste optie is, dan kunnen de fiscaal advocaten van Nass & Nass advocaten en Belastingadviseurs u in uw specifieke geval daarover adviseren. Indien inkeren voor u de beste optie is, berekenen wij voor u nauwkeurig hoeveel belasting u alsnog zou moeten betalen, opdat u niet te veel belasting betaalt. Wij verzorgen de verbeterde aangifte (de inkeerregeling) en vervolgens krijgt u een vaststellingsovereenkomst. U blijft zelf buiten schot; alle correspondentie en contacten met de belastingdienst zijn uitsluitend tussen belastingdienst en ons als advocaat-belastingkundigen.

Corona en huurkorting: niet vanzelfsprekend

Onderwerp van het huurrechtgeschil was de vraag of de gedaagde partij (verhuurder), bijgestaan door mr. M.J.M.H. (Marieke) Nass, aan de eisende partij (huurder) een huurprijsverlaging zou moeten verlenen in verband met de gevolgen van de coronacrisis.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat geen huurprijsverlaging dient te worden toegekend en heeft dus de vordering van de eisende partij afgewezen.

Daartoe heeft de voorzieningenrechter doorslaggevend geacht dat:

  • huurprijsvermindering op basis van een gebrek door gedaagde is uitgesloten in de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de gesloten huurovereenkomst;
  • geen sprake is van onvoorziene omstandigheden, aangezien de huurovereenkomst op 14 mei 2020, ten tijde van de coronacrisis, tussen partijen is gesloten;
  • het beroep op de redelijkheid en billijkheid niet voldoende door de eisende partij is onderbouwd.

De gedaagde partij hoeft dan ook geen huurkorting aan de eisende partij te verlenen, ondanks de verplichte (gedeeltelijke) bedrijfssluiting van de eisende partij. Dit illustreert dat de gevolgen van Covid-19 en huurkorting niet onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

Benieuwd naar de gehele gepubliceerde uitspraak? Lees hier de uitspraak.

Last onder dwangsom aan een vruchtgebruiker

Mooi resultaat in een langslepende bestuursrechtelijke kwestie!

Aan eiser, bijgestaan door mr. J.M.S. Nass, is voor de derde maal op rij een last onder dwangsom opgelegd inzake het verwijderen en verwijderd houden van bouwwerken C en D door het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Valkenburg aan de Geul.  Namens eiser is door mr. J.M.S. Nass beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen (inhoudende schorsende werking van het dwangsombesluit te verlenen totdat op het beroepschrift zou zijn beslist) tegen voornoemde hernieuwde opgelegde last onder dwangsom. Op het ingestelde beroep en op het verzoek tot een voorlopige voorziening is door de voorzieningenrechter tegelijk beslist ingevolge artikel 8:86 Awb.

Het college is in het bestreden besluit niet ingegaan op de civielrechtelijke regelgeving met betrekking tot de civielrechtelijke status van betrokken partijen en de gevolgen daarvan en derhalve ook niet op de vraag in hoeverre eiser als vruchtgebruiker het in zijn macht heeft om de overtreding te beëindigen. In het eerdere besluit op bezwaar heeft het college hierover slechts, zonder nadere motivering, aangegeven dat eiser als vruchtgebruiker in staat is om een einde te maken aan de illegale situatie. Het college heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende kennis vergaard over de voor beantwoording van deze vraag relevante feiten en heeft onvoldoende onderzocht of en gemotiveerd dat eiser het daadwerkelijk (juridisch) in zijn macht heeft de overtredingen te beëindigen.

De voorzieningenrechter is derhalve met eiser van mening dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat hij het (juridisch) in zijn macht heeft om de bijgebouwen te verwijderen mede gelet op het feit dat door het college niet aannemelijk is gemaakt wie de bouwwerken heeft gerealiseerd.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college onvoldoende gemotiveerd waarom de keuze is gemaakt (enkel) eiser als vruchtgebruiker van het perceel aan te schrijven, waardoor het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:2 (zorgvuldigheidsbeginsel) en artikel 7:12 (motiveringsbeginsel) van de Awb.

De voorzieningenrechter heeft derhalve het beroep gegrond verklaard, het bestreden dwangsombesluit vernietigd en het college opgedragen om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Benieuwd naar de gehele gepubliceerde uitspraak? Lees hier de uitspraak.

Gebrek aan parketvloer en schadevergoeding

Mooi resultaat in een aansprakelijkheidszaak!

De gedaagde partij, bijgestaan door mr. J.G.M. Nass, werd als professionele partij aansprakelijk gesteld voor een gebrek aan een parketvloer. De eisende partij vorderde een schadevergoeding van € 15.732,00 (primair) of vervanging van de gehele vloer (subsidiair). De gevorderde schadevergoeding is door de rechter afgewezen en de gedaagde partij is, op basis van een door de rechtbank ingelast deskundigenbericht, slechts verplicht om één losliggende plank in de vloer te herstellen. Daarmee is de rechter tevens niet meegegaan in de vordering van de eisende partij ter vervanging van de gehele vloer.

Benieuwd naar de gehele uitspraak? Lees hier het vonnis.

Mooi resultaat in een belastingzaak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bij belanghebbende, bijgestaan door mr. J.M.S. (Jan Willem) Nass, is volgens de Rechtbank Zeeland-West-Brabant door de Inspecteur van de Belastingdienst onterecht een bedrag van € 67.110,- als resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking genomen.

Bovendien wordt aan belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 1.000,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. Conform het betoog van mr. J.M.S. (Jan Willem) Nass acht de rechtbank het moment, waarop het verzoek tot herziening van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting wordt ingediend (en niet het moment waarop het bezwaar tegen de afwijzing van dit verzoek wordt ingediend) leidend voor het antwoord op de vraag, wanneer de redelijke termijn aanvangt. Daarmee is het aanvangstijdstip van de redelijke termijn in deze zaak vastgesteld vóór aanvang van de bezwaarprocedure, waarmee de redelijke termijn-jurisprudentie in belastingzaken verder is verrijkt.

Benieuwd naar de gepubliceerde uitspraak? Lees hier de gehele uitspraak!

Gulp & Geul Journaal: Bariton Pieter Nass rondt ook in Maastricht na dubbelslag cum laude Rechtenstudie af…

Bariton Pieter Nass rondt ook in Maastricht na dubbelslag cum laude Rechtenstudie af: Kwartet advocatentoga’s prijkt voortaan in unieke familiepraktijk

Lees hier het hele artikel dat verscheen in het Gulp & Geul Journaal.